Home

Blankenheim!

Blankenheim !

 De kop is er af. Alhoewel de eerste rit van het seizoen van 2020 nog maar een trainingsvlucht was deed dat niets af aan het feit dat we weer eens effe onder spanning kwamen te staan. En dat de duiven niet in het Belgische Marche werden gelost maar in het Duitse Blankenheim dat mocht de pret ook niet drukken. We weten dat dit allemaal te maken heeft met de regels die door het “Corona” zijn opgelegd. Het inzetten van de duiven voor deze vlucht dat liep als gesmeerd. Zelf ben ik achter het stuur van mijn auto kunnen blijven zitten. Mijn twee manden met de duiven werden er uit gepakt en leeg weer terug in de kofferbak gezet. En ontsmet ook nog. Zo’n service heb ik in 75 jaar nog nooit gehad. Hoe fijn ik dat ook gevonden heb, maar het heeft me niet echt bekoord. Op afstand heb ik een praatje kunnen maken met een clubgenoot en dat was ook alles. Er viel niks te ouwehoeren in het inzetlokaal en het drinken van een pintje er bij. Binnen ’n kwartier zat ik weer thuis tussen de vier muren te koekeloeren. En de weduwduivinnen op het duivenhok die hadden nu vrij spel met open ramen. Het was ook nodig. Omdat ze weken lang hun vleugels niet meer hadden hoeven te gebruiken waren die nu door het dolle heen. Het was voor mij een genot om te zien hoe ze van hun vrijheid genoten. Het deed me de ergernis vergeten dat sommigen duivinnen in hoekjes op het hok bij mekaar waren gekropen en paartjes hadden gevorm met gevolg dat de eieren als knikkers over de vloer rolden. Alle dagen was het eieren rapen. Natuurlijk dat die duivinnen geen goesting meer naar een doffer hadden. Ik stond er bij, keek er naar, en liet alles maar zijn beloop. In alle eerlijkheid zeg ik, de moed zonk me in de schoenen. Het was een rommeltje. Knoei! Het was alleen kijken maar er aan komen niet! Dat die toestand niet het juiste was om de doffers te motiveren dat lag er duimen dik op. Met het begrip ‘we zien wel waar het schip strand’ ging ik mijn 24 weduwnaars inzetten. Vooraf had ik al van verschillende liefhebbers gehoord dat hun duiven onregelmatig waren terug gekomen bij het africhten. En dat ze zelfs achterblijvers hadden te betreuren van goede en bewezen duiven. Die berichten waren niet bemoedigend voor me en ze ondermijnde mijn vertrouwen op een goede afloop. Dat daarbij de weerdeskundigen de voorspelling deden dat het op zaterdag niet al te best weer zou zijn, dat kwam er ook nog bij. Dat laatste deed menige liefhebbers besluiten om geen duiven te zetten. En inderdaad hadden de weermannen gelijk. Op zaterdagmorgen was de lucht grauw en grijs. Op de lossingsplaats regende het zelfs lichtelijk. Maar de vooruitzichten waren zo dat de lucht tegen de middag zou gaan opklaren en dat dan de zon zich zou laten zien. En ja hoor, zo als verwacht zo geschiedde. De duiven die in groepen werden gelost, te beginnen om 13.15 uur, gingen toen in mooi weer en met een goed zicht op de vleugels en met een fikse wind van uit west-zuid-west. De melkers die van de partij waren stonden natuurlijk tijdig, en op scherp, buiten te posten. Ondanks dat er geen rode loper voor de winnaar uitgerold hoefde te worden was de interesse in de komst van de duiven bij de liefhebbers even zo groot als bij een prijsvlucht. Het liep als een trein. Afgaande op de goede regelmaat van aankomst bij me zelf. Om 15.02 uur tikte de 1e bij me aan en om 15.30 uur, had ik 18 van de 24 weduwnaars in het bakkie zitten. Om 16.30 uur kon ik de ramen van het hok sluiten omdat toen mijn hele handel terug was. Ik was méér dan tevreden over dat resultaat. Ik had het vermoeden dat ’t bij mijn clubgenoten ook zo was gegaan. Maar dat bleek niet zo te zijn. Bij het invallen van de duisternis op zaterdag hadden menige liefhebbers uit mijn club nog niet alles thuis. En nu zondag, de dag erna, ook nog niet. Het is niet leuk als bij het eerste spelletje al vermeld zou moeten worden dat er veel verliezen zouden zijn. Nee, hopelijk niet want de malaise die we al met het “Corona” hebben is méér dan voldoende.

Pie.

Copyright © 2013. All Rights Reserved.